Het is vlak na de middag als we bij het huis van de zoon van Grote Muis aankomen.De voordeur heeft een ferme deuk. ZoonMuis heeft het weer eens bont gemaakt, een slechte combinatie van drank en pillen.
Ik besluit als eerste naar binnen te stappen. Een gehavende bromfiets staat in het portaal. Het ruikt er naar benzine. Met klein hartje volgen Grote Muis en kleine Muis. Piepmuisje staat in de living en kijkt ons met grote ogen aan. ZoonMuis ziet er belabberd uit. De voorbije nacht is hij in het zoveelste gevecht verzeild geraakt. De politie heeft hem met man en macht kunnen overmeesteren en in de boeien slaan, Nadat hij zijn roes uitgeslapen had mocht hij beschikken.
Zijn bromfiets is total loss. Hij is er mee tegen een brievenbuis gereden en daarna van de weg af geraakt. Hij kwam er met enkele schaafwonden vanaf maar zijn kompaan die achterop zat moest naar de spoed. Zijn enkel is dubbeldik en hij kan bijna niet stappen.
Grote Muis maakt hem er op attent dat hij helemaal niet goed bezig is en dat ze bezorgd is voor hem en zijn kindje. Hij geeft haar volkomen gelijk en neemt aanstalten een pil te nemen en die door te spoelen met Jupiler. Zo zal hij een beetje tot rust komen. Grote Muis slaat de pil uit zijn handen. Hier moet hij hartelijk om lachen. Het is maar een slaappilletje, niets illegaals of wat dan ook.
Zoonmuis draait zich om en komt op me af. Of ik met hem naar een nabije doe-het-zelf-zaak wil rijden. Hij heeft materiaal nodig om de deur van zijn kompaan te herstellen. Tijdens één van zijn buien heeft hij er met zijn vuisten op gebonkt en nu zit er een groot gat in die deur. Dat zal hij even herstellen. Met angst en twijfel in haar ogen kijkt Grote Muis me aan. Ik twijfel even, maar besluit hem te brengen. Zo kan Grote Muis op Piepmuisje passen en Kleine Muis wat naar de televisie kijken of verder werken aan haar zelfgeschreven verhaal. “Kunnen we ook boodschappen doen ? Ik heb niets meer in huis.” Ik knik zonder een woord te zeggen. Onderweg nemen we de kompaan en diens broer mee. Bij hen thuis zijn ook alle kasten leeg. Twee kortgeschoren prille twintigers stappen in de auto. Daar gaan we.
Een verhaaltje op zaterdag dus.
Wordt vervolgd ?
Groetjes.
🙂

