Deze week kreeg ik bezoek van de trainer van de karateclub. Hij kwam vragen waar ik bleef. Zonder aarzelen of rond de pot te draaien antwoordde ik dat ik voorlopig niet meer kom tot na de vakantie. Even afstand nemen van de club en dan terugkeren als alles geregeld is. Blijkbaar is mijn opvolger reeds gekend en het was voor mij geen verrassing te vernemen wie. Toen ik vroeg wie er nu mijn administratie zou overnemen zei hij dat mijn opvolger in het bestuur het zou overnemen. Geen probleem, hij moet alles maar komen halen. Heb ik weer wat vrije ruimte in mijn kasten.
Een week terug had ik me via Facebook ingeschreven voor een avond zelfverdediging tegen aanvallen met een mes. Ik ken de persoon die dit zou geven en vrijdagavond ging ik er op af. “Ben je hier eindelijk eens geraakt ?” was de begroeting van die trainer. Nooit gedacht dat ik de messias was. Toen kwam er nog een oude bekende op me af. Met deze laatste heb ik veel karate getraind in de jaren 1980. Oude herinneringen kwamen terug naar boven. De training heb ik grotendeels met hem door gesparteld, afwisselend met een jong meisje dat daar met haar mama was. Het arme kind kreeg zowat de slappe lach van mijn levensgevaarlijke aanvallen. Humor is blijkbaar nog steeds de beste verdediging tegen agressie als je het mij vraagt.
Nee, ik hoef niet te vrezen in een zwart gat te vallen op gebied van vechtsporten. Ik vermoed dat er juist nieuwe horizonten zullen aangeboord worden. En nu dit mes uit mijn rug peuteren.
Groetjes.
🙂
