Vrijdagavond omstreeks 21 u 30.
Iemand belt me op.
Ik ken het nummer niet maar besluit toch maar eens te luisteren.
Hij : dag meneer, sorry dat ik u opbel, maar ik ben de vader van Marie en Eva en nu ik thuis kom met hen van de karatetraining stel ik vast dat ik de sleutel van de voordeur in uw zaal heb laten liggen. Kunt u …..
ik : Sorry dat ik U onderbreek meneer, maar ik ben al geruime tijd geen lid meer van deze club en…….
Hij : Ja; maar uw naam en telefoon staan wel vermeld op de brochure.
ik : Dan is dit een oude brochure of…
Hij : Wie kan mij dan wel uit de nood helpen ?
ik : Ik raad u aan om één van hun trainers op te bellen of….
Hij : Heb je hun telefoonnummers ?
ik : Nee, die heb ik niet maar ze staan wel in de Witte Gits of anders kijkt u maar even op de website.
Hij : Dat zal ik doen, hoe dan ook, ik zal mijn plan wel trekken.
ik : Nog een fijne avond verder Meneer.
Niet alleen in dit geval laten ze me niet los, ook mijn onderbewustzijn laat de karate me niet met rust. Zowat iedere nacht droom ik dat ik train in mijn wit kostuum. Precies of een boze geest me in zijn euvele greep probeert te houden. Gelukkig voor mij en mijn onderbewustzijn kan ik vrijdagavond naar een seminarie over “zich verweren tegen een aanval met messen.” Niet in mijn oude club, maar bij een trainer die vele andere stijlen onderwijst zoals onder andere het Krav Maga waar een andere blogger volgens mij meer over weet te vertellen.
Het “vechten” laat me duidelijk niet los. Of ben ik aan het afkicken van een hardnekkige verslaving ?
Toch maar eens aan mijn peut vragen tijdens ons volgend gesprek.
Groetjes.
🙂
