Deze week vertelde ik dit “avontuur”‘ aan een medewerker. Ik herinnerde me dat ik het ooit opgeschreven had, maar niet of ik het ooit gepubliceerd heb. Indien wel moet dit lang geleden zijn. Hoe dan ook, vanavond zwier ik het (weer eens) op mijn blog. Veel leesplezier.
Vele jaren geleden waren wij op vakantie in de buurt van Roermond. Wij zaten in een vakantiehuisje van Landal Greenparks en deden regelmatig uitstapjes. Wanneer het weer een ietsie tegenviel bleven we op het domein. Meestal gingen Eva die toen een jaar of acht was en ik dan zwemmen.
Op een dag viel het weer eens ferm tegen. Bakken water vielen naar beneden. God had duidelijk de sluizen opengezet. Dan maar zwemmen.
Het krioelde in het zwembad van het volk en Jasper, Eva en ik hadden het naar onze zin. Na het zwemmen richting kleedcabines met onze kleren, netjes in een rugzak gepropt, mee onder onze arm. Eva had nog wat problemen om zich af te drogen en om te kleden, dus bleef ze bij mij. Jasper ging zijn eigen weg. Ik zag het helemaal niet zitten om met zijn tweeën zo’n eng hokje binnen te stappen en ons daar om te kleden. Je zou er voor minder blauwe plekken en claustrofobie aan over houden. Mijn voorkeur ging dus naar de gezamenlijke kleedruimte. Probleem : waar moet ik als man met een achtjarig meisje binnen, bij de vrouwen of bij de mannen ? Bij de mannen natuurlijk, Eva had toch geen erg in al die half of helemaal naakte mannen en jongens. Daarbij, ik was toch bij haar ? Toen Eva en ik de ruimte binnenstapten zag ik daar verschillende moeders bezig met hun zoontjes te hielpen afdrogen en hun kleren aantrekken. Wat nu ? “Als die wijven zo vrijpostig zijn om bij de mannen binnen te gaan, wel dan moeten ze het zelf maar weten. Ik ga mij hier en nu omkleden. Daarbij, die hollandse vrouwen gaan me toch nooit meer zien. Die wonen honderden kilometers ver weg”.
Ik had nog maar net mijn zwembroek uitgetrokken en een handdoek genomen om mij af te drogen of die vrouwen beginnen daar in een zuiver Roeselaars dialect tegen elkaar te praten. Ik dacht dat ik door de grond zakte. Best mogelijk dat die vrouwen vlak om de hoek van onze straat wonen en erger, mij (her)kennen. Vlug afdrogen, kleren aan en vervolgens Eva helpen.
Om te eindigen moet ik vermelden dat zover ik me herinner door geen enkele vrouw uit Roeselare werd aageklampt met : “ik herken u van in die kleedkamer in dat vakantiedorp”. Dit betekent waarschijnlijk dat ik ze nooit meer tegen het lijf gelopen ben of dat ze toen niet echt naar mijn gezicht gekeken heeft.
Groetjes.
🙂
