Zondag waren Greet en ik op bezoek bij haar moeder in het WZC De Zilverberg. Het WZC is genoemd naar de plaats die sinds lang zo bekend is bij de bevolking.
In 1935 werd Zilverberg een zelfstandige parochie, die delen omvatte van de parochie van Rumbeke en de Heilig Hartparochie van Roeselare. In 1936 begon de bouw van een kerkgebouw naar ontwerp van Jan Callant. In 1939 werd de kerk ingewijd.
Het WZC telt 8 kleine leefgroepen waarin telkens slechts 15 bewoners samenwonen.
Mijn schoonmoeder was blij ons te zien. Ze dacht wel eerst dat Greet haar zus was. Mij herkende ze direct. We zaten aan een grote tafel met nog enkele bewoners. Een man die naast mij zat stelde heel de tijd dezelfde vragen. Zijn kortetermijngeheugen is duidelijk zoek.
Dit was het voor deze dinsdag. Fijne dag en tot de volgende.
Er komt een circus naar het dorp zegt nonkel Juul van achter zijn krant. Mogen wij dan naar de leeuwen gaan kijken ? vraagt Mieke Zullen er ook hondjes optreden ? vraagt Flip Naar het cirus gaan kijken is zonde van je geld bromt buurvrouw Erna Ik wil alleen de clowns zien zegt Bieke. Dan ga ik met je mee zegt Oldman.
Deze week dus weer eens een gouwe ouwe om mee te starten.
Toen ik donderdagmorgen wakker werd hoorde ik het heel hard regenen. Dit beloofde een donkere natte dag te worden. Donker bleef het heel de dag. Een mens zou voor minder neerslachtig worden, maar gelukkig heb ik daar geen last van.
Toen Eva en ik naar de auto stapten was het aan het hagelen. Gelukkig geen grote hagelballen, maar die kleintjes voel je toch hoor.
Later in de voormiddag ging het over in sneeuw. Bakken natte sneeuw lieten hier en daar een wit tapijt achter dat gelukkig rap weer verdween.
Eva was woensdagnamiddag niet op haar vertrouwde stek te vinden. In de plaats daarvan was ze naar Ten Elsberge om er winterdecoratie te maken. Tegenwoordig spreekt men dus niet meer van kerstdecoratie. Tijden veranderen. Hierboven zie je het resultaat.
Terwijl Eva druk bezig was met knutselen trok ik even naar VOC Opstap. Daar waren enkele dames bezig met rummikub. Een van hen vroeg me haar te helpen met dat spel. Ze heeft het moeilijk met cijfers. Terwijl we bezig waren met dat spel vroeg ze me met zachte stem of ik nog in de sint geloof. “Nee hoor” antwoordde ik. “Ik ook niet” biechte ze op. Even later was ze bezig met kleuren. Ik kreeg een gekleurde tekening.
Toen ik buiten kwam begon het hevig te regenen. Vlug naar Eva om dan samen naar huis te trekken.
Dat was het weer voor vandaag. Hopelijk zien we de zon, ook al is het maar even.
Onlangs schreef ik dat we een nieuwe zetel gekocht hebben via de thuiszorgwinkel. Een tijdje terug werd die netjes op de afgesproken datum en uur geleverd. De oude zetel staat nu voorlopig in de berging totdat die opgehaald wordt door de mannen van het containerpark/verbrandingsoven.
Wel moet je oppassen als je er wil gaan zitten. De kleur van de zetel is namelijk zwart en wie of wat is ook zwart ? Natuurlijk ! Niemand meer dan onzen Felix !
Op de foto zijn zetel en Felix veel bleker dan in werkelijkheid. Dus onze kater is hier wel zichtbaar. Hij heeft niet lang gewacht om de zetel in zijn bezit te nemen. Louis blijft rustig op zijn vaste plaats en heeft geen interesse voor de nieuwe zetel.
Dit was het weer voor vandaag. Alvast tot de volgende.
Kerst is alom aanwezig momenteel. Toen ik gisteren in de namiddag door de populairste winkelstraat van Roeselare reed was men druk bezig met het plaatsen van boompjes en het aanbrengen van kerstlichtjes.
Hier in onze straat was onze buur aan de overkant van de straat ook in de weer met het versieren van zijn tuin. Als het donker wordt gaan de lichten aan. Deze verlichting is te zien in onze living. Zodoende hoeven wij geen kerstverlichting aan te brengen. Kunnen wij van deze van buurman genieten.
Voor de rest was het hier een rustige dag. De dagen worden korter en korter zodat we meest van al binnen zijn. Stilte voor de eindejaarsstorm ?
Wat ruik ik hier vraagt nicht Irene streng. Precies of iemand gerookt heeft bedenkt Oldman. Ik heb een sigaretje gerookt terwijl ik naar hier stapte biecht Lucas op. Mijn kinderen mochten helemaal niet roken weet buurvrouw Erna. Van die rook moet ik niezen antwoordt Flip. Voor mij geen sigaretten, geef ons maar muziek besluit Hans.
Roken jullie of hebben jullie ooit gerookt ? Ik in ieder geval niet ! Laat maar weten in de comments.
Wij wonen in de zuster Idastraat. Wie die zuster was heb ik even voor jullie opgezocht.
Moeder Ida, in de wereld Ida Iweins (Zonnebeke, 27 februari 1876 – Roeselare, 20 februari 1962) was een Belgische kloosterzuster. Ze probeerde met het ‘Heilig Elisabeths Liefdewerk’ een nieuwe kloosterorde op te richten voor de opvang van verwaarloosde kinderen en lag zo mee aan de grondslag van het tehuis ‘Onze Kinderen’.
Ida Iweins was de dochter van ridder Eugène Iweins (1838-1902) en Louise Hynderick de Ghelcke. Haar vader was een grondeigenaar en van 1871 tot 1884 burgemeester van Zonnebeke. Ze groeide op in het ouderlijke kasteel te Zonnebeke en studeerde in het pensionaat Berlaymont in Brussel. In 1897 trad ze in bij de zusters franciscanessen. Ze verbleef hierdoor jaren in het buitenland, onder meer in Duitsland, Italië, Spanje en Oostenrijk.
Na de Eerste Wereldoorlog wou zuster Ida terugkeren naar haar geboortestreek die door de oorlog hard getroffen werd. Ze bekwam met steun van de bisschop van Brugge, Gustaaf Waffelaert en paus Benedictus XV ontslag van haar geloften en de toestemming om een nieuwe orde op te richten. Die zou zich toeleggen op het huisvesten en onderrichten van verwaarloosde kinderen in het door de oorlog getroffen gebied. Dit werd het ‘Heilig Elisabeths Liefdewerk’. Ze vestigde zich eerst in de Borstelstraat te Roeselare en zocht medewerksters om een nieuwe congregatie op te richten. Ze kocht het voormalige kasteeltje van Alexander Rodenbach, oud-burgemeester van Rumbeke.
Zuster Ida werd Moeder Ida. Ze zou er niet in slagen een volwaardige congregatie op te richten. Een van de belangrijkste redenen hiervoor was een gebrek aan goed financieel beheer. Hoewel ze veel giften kreeg en haar moeder een groot deel van het familiefortuin aan haar schonk, kon ze haar instelling niet goed opbouwen. Om haar instelling te bekostigen trokken zij en haar medezusters als bedelzusters rond in Roeselare en omgeving.
In 1947 werden de schulden zo groot dat ze haar gebouwen moest verkopen. Het liefdadigheidsproject ‘Stichting Onze Kinderen‘ van het Roeselaarse echtpaar Jozef Camerlynck-Simonne Vanneste kocht de gebouwen in Rumbeke op. De stichting maakte er een tehuis voor jongens van. Moeder Ida, inmiddels terug Zuster Ida, en twee van haar volgelingen bleven in de instelling wonen en bedelden verder. Haar activiteiten in de instelling waren klein van aard en ze leefde steeds meer als kluizenaar. Ze werd na haar overlijden in Zonnebeke begraven nabij het graf van haar ouders
Voor deze blog ben ik even langs geweest naar “Onze kinderen”. Veel van die gebouwen hebben een nieuwe bestemming gekregen. Zie mijn albummeke. De gebouwen waar tegenwoordig de kinderen verblijven heb ik niet gefotografeerd. Die komen uit probleemsituaties, dus voorzichtig zijn met wat ik toon.
Op 11 november was ik op het stationsplein te vinden. Het was in de namiddag en de zon toonde zich nu en dan.
Wat onmiddellijk opviel was dat men al bezig is om alles klaar te zetten voor de kerst. Kerstmis is 25 december, dus daar zijn we nog meer dan een maand van weg.
Ik heb de indruk dat men ieder jaar vroeger van start gaat met kerstspullen enz. De sint wordt als het ware doodgedrukt door die kerstattributen. Nog enkele jaren en de sint is morsdood en spreekt men alleen nog over de kerstman als leverancier van pakjes voor de kleinsten onder ons. Voordeel is dan dat er geen ruzie meer kan gemaakt worden over zwarte Piet. Gelukkig is Rudolf niet zwart.
Dit was het weer voor vandaag beste lezers. Tot de volgende.