De avond is reeds gevallen.Nonkel Juul heeft zijn gestreepte pijama reeds aan. Een bad heeft hij niet nodig en er bestaat ook gevaar dat zijn pet nat zou worden. Dus moet niemand op hem wachten vooraleer de badkamer in gebruik te nemen. Stovebuuzeke en Sjonnie van de Waeterleiding zijn aan het manillen, een westvlaamsch kaartspel. Ze zijn zo geconcentreerd bezig dat ze niet merken dat de peer die boven hen voor verlichting zorgt nu en dan heftig flikkert. Buiten is het beginnen waaien. Een uitgemergelde straathond huilt alsof zijn leven ervan afhangt. Een duistere figuur sluipt rond het hotelletje. Hij ziet licht uit één de ramen komen. Het is de badkamer.
In een bad vol schuim drijft ons aller Bieke. Naast haar bad staat de wasmachine lustig haar hemdje te wassen. Nu maar hopen dat het door die franse waspoeder niet teveel krimpt anders moet ze weer die vuile handdoek van klusjesman om haar middel draaien en je kan duidelijk merken waarvoor die handdoek reeds gebruikt werd. Zo erg dat niemand deze handdoek nog wilt wassen. Zonder dat ze het merkt kruipt de duistere verschijning door het venster. Geluidloos gaat hij op haar af en voor ze het weet snoert deze haar de mond. Een beenderige hand kruipt vanaf haar voet naar omhoog….Het angstzweet loopt over haar engelgezichtje.
Tol Kerckhof die beneden voor drank en hapjes zorgt voelt weer een sinistere gewaarwording. In een flits ziet hij wat er gebeurt. Hij zweeft met lichtsnelheid richting badkamer. De sinsistere verschijning ziet hem afkomen en neemt vlug zijn geheime wapen in de hand. Bieke is zo onder de indruk dat ze vergeten is dat ze geen hemdje aan heeft en zet het vlug op een lopen.
Met grote snelheid komt Tol Kerckhof de badkamer binnen. Hij staat oog in oog met Ernest de evangelist die gevaarlijk met wijwater staat te zwaaien. De nonnen van de jacht zijn ondertussen ook door het venster gekropen en beginnen zonder adem te halen bijbelteksten te citeren. Tol begrijpt dat hij tegen zulk een overmacht geen kans heeft en verdwijnt door de dichtsbijzijnde muur. Nonkel juul die net zat te mediteren op een porcelijnen pispot neemt vlug zijnen tweeloop en snelt de trap op, bijna stuikelend over een rol toiletpapier.
“Bekeer u en vraag vergiffenis voor uw zonden” schalmt de stem van Ernest den Evangelist door de kleine badkamer. “Daar zul je voor boeten” tiert nonkel Juul en richt zijnen tweeloop op de sinistere Ernest. “God zal mij hiervoor vergeven, want hij weet dat mijn intenties goed zijn” repliceert Ernest. Om Juul van zijn doel af te leiden gebruiken de nonnekes hun meest toegepaste techniek : ze trekken hun rokken omhoog zodat enkele oude benen vol spataderen te voorschijn komen. “Daarmee hebben we de duivel in de jaren 60 meer dan eens teruggedreven” jubelt Ernest. Nonkel Juul laat zich niet kennen en houdt stand. Dan slaat plots de bliksem in. Het licht gaat uit en iedereen gaat verder op de tast in de duisternis. Een schot gaat af. Een door merg en been snijdende gil is het gevolg.
Wie is er geraakt ?
Waar is Bieke ?
Wat met de spataderen van de nonnekes van de jacht ?
Zal iemand nog in staat zijn om de matras te keren ?
Moeder, waarom leven wij – nog ?
Antwoorden op dit alles en nog veel meer lees je hier volgende week op deze blog.
En dan nu wat passende muziek !
fijne draaidag verder !

























