
Bieke kijkt door het raam van haar slaapkamer.
Ze ziet de zon laag in de blauwe, bijna wolkeloze hemel.
Het is nu eenmaal winter,
maar het voelt helemaal niet koud aan, integendeel.
Ze opent het venster en neemt plaats op de vensterbank.
Eerst met haar rug naar buiten,
dan plaatst ze één voor één haar voetjes op de vensterbank,
zodat ze met opgetrokken knietjes naar buiten zit te kijken.
De zon doet deugd en er is bijna geen wind.
Dan draait ze haar frêle lijfje nog meer naar buiten, zodat haar beentjes uit het raam slingeren. Beneden ziet ze de auto’s door de straat snorren . Veel mensen zijn de baan op om boodschappen te doen want het is weekend. Een wind steekt op en zorgt ervoor dat haar hemdje omhoog wappert. Precies een prille lentedag. De wind laat de krulletjes op haar hoofdje een dansje maken. Ze ademt diep om van de frisse lucht te genieten.
Ze wuift naar de overbuur die zijn oude Volkswagen aan het kuisen is. Net dat hij wilt terug wuiven komt zijn vrouw naar buiten en gebiedt hem naar binnen te gaan. Die vent is ook nooit op zijn gemak met dat dikke serpent.
Daar komt de visboer aangereden. Ook naar hem steekt ze haar hand op. Hij remt bruusk en zet de wagen aan de kant. Hij belt aan bij dat dikke serpent. Er is een hele discussie aan de gang. Zou zij last hebben van een rotte visgeur ? Nu kijken ze beiden in haar richting. Zijn ze bang dat ze meeluistert ? Met een rode kop springt de visboer in zijn wagen en rijdt vliegensvlug verder.
Twee jongens uit haar klas komen aangewandeld. Naar hen wuift ze niet. Ze ziet die pestkoppen al meer dan genoeg. De mannekes hebben haar echter wel gezien enbeginnen naar haar te roepen met hun baar-in-de-keelloze stem. Ze verstaat niet wat ze te vertellen hebben en trekt ongeïnteresseerd haar schouders op. Met haar hoofdje maakt ze een minachtend gebaar. Het kan haar allemaal niets schelen. Allemaal kinderpraat.
Enkele huizen verder ziet ze Liesje met haar papa in de deuropening staan. Liesje is even oud als zij. Nu en dan zijn ze vriendinnen, wanneer het hen beiden past. Liesje gaat tegen de muur een handstand uitvoeren. Van zodra Liesje op haar handen staat, zakt haar rokje omlaag en is haar roze K3-onderbroekje voor iedereen heel goed zichtbaar. “Bah, wie draagt dat nog op onze leeftijd ? Daar ben ik geen vrienden meer mee, zo’n kinderachtige trut !”
Het wordt frisser. De zon wordt gehinderd door een dikke wolk. Bieke krijgt het koud en trekt haar hemdje naar beneden. Ze rilt. Haar beentjes krijgen kippenvel. Net ze haar ene voet op de vensterbank zet om terug naar binnen te gaan hoort ze de remmen van een auto piepen, gevolgd door een doffe knal. Ze staat terug in haar kamer en kijkt nog even achterom om door het venster te kijken. Ze ziet een donkere rookwolk opstijgen. Deze straat wordt wel echt onveilig mijmert Bieke en doet het venster dicht.
Haar kleine poesje strekt zich uit op het bed en geeuwt verveeld.
Vind-ik-leuk Aan het laden...