Het is vrijdagavond,
Het is kalm in café Den Trap.
Nonkel Juul zit vredig te genieten van een frisse pint terwijl hij een oud exemplaar van de daklozenkrant doorneemt.
De deur van de herberg gaat open en daar komt een klein dik ventje met dikke brilglazen, hangsnor en versleten pet naar binnen.
Van zodra hij nonkel Juul ziet zitten gaat hij er recht op af.
Eindelijk iemand om tegen te praten en er ene mee te drinken.
Nonkel Juul kijkt verstrooid omhoog als hij de man op zich ziet afkomen.
Nonkel Juul : Wat brengt jou hier ouwe zuipschuit ? Weer vrijgelaten uit den bak van Garde Punaize ?
Stinkertje Huh ? Zijn we weer lief voor elkaar ouwe brompot ? Ik kom te voet naar het stationsplein omdat mijn fiets weer eens gestolen werd en nu moet ik jou gemopper aanhoren.:
Nonkel Juul : Onnozelaar, ge zult wel niet…