Gisteren werden de kinderen het behang ingejaagd.
Dat oude moet er af.
Een ladder was er niet dus was het behelpen.
Na de kobujutsu ben ik nog even langs geweest met één van mijn ladders. Lees verder
Gisteren werden de kinderen het behang ingejaagd.
Dat oude moet er af.
Een ladder was er niet dus was het behelpen.
Na de kobujutsu ben ik nog even langs geweest met één van mijn ladders. Lees verder
Sam herinneren de meeste lezers waarschijnlijk nog.
Vorig jaar werd haar huis door de deurwaarder leeg gemaakt en was zij in feite dakloos.
Net op dat ogenblik lag ze in het ziekenhuis voor behandeling van de “gemene ziekte”. Lees verder
Onlangs was ik te gast bij de grote baas (11) en haar mama.
Mama sukkelt al van in augustus 2014 met haar keel.
Haar amandelen werden in november geknipt en dit had beterschap moeten geven maar helaas !
Nu is ze volop bezig met een antibioticakuur.
Het voelt beter en ze spreekt minder hees maar genezen is het nog niet.
Die antibiotica geselt haar maag en die maagverkleining van enkele jaren geleden zal daar ook wel voor iets tussen zitten. Lees verder
Vorige week zaterdag kreeg ik in de vroege avond een telefoontje van Ernest den Evangelist.
Hij zat in de puree. Zijn auto had pech en hij had niemand om hen naar de Evangelische kerk in Kortrijk te brengen.
De volgende dag stapte hij in de auto nadat hij eerst een enorme zware kist met spullen voor de Filipijnen in mijn autokoffer geworpen had.
Eva was ook mee en daar ontmoette ze een meisje met wie ze het goed kon vinden.
Na de dienst kwam Ernest terug mee met ons, maar eerst moesten we onderweg stoppen om brood aan de armen uit te delen.
Daar er dit weekend niet genoeg armen in de buurt waren kregen Eva en ik ook een brood mee naar huis als dank voor de rit. Lees verder
Het is alweer een tijdje geleden dat ik me nog eens echt “toonde” op deze blog.
Ik vind me nu eenmaal niet zo belangrijk om mijnen kop hier te pas en ten onpas te tonen.
Dan had ik beter de politiek in getrokken.
Poseren is nu niet echt mijn ding.
Dus kroop ik zelf achter de camera
en de spiegel doet de rest. Lees verder
Sinds een paar maanden hebben wij nieuwe achterburen.
Mensen met poezen.
Eentje die door hun bovenraam naar buiten zit te kijken, eentje die monumentaal komt zitten op de schutting tussen de tuinen en dan “hot cat on a roof”, Kesha.
Duidelijk de nieuwsgierigste van de drie. Ze komt al een paar weken in onze tuin snuffelen aan het gras, bekijkt ons met steeds minder argwaan en krijgt het gedaan dat na wat aanvankelijk wantrouwen onze twee mannetjes haar dulden. Alleen Annabel moet niet van haar weten. Maar die wil dan ook geen enkele onbekende in haar buurt, poes of mens.
Zoon was vorige week in de tuin toen achterbuurvrouw Kesha riep. Hij nam haar op en gaf haar over de schutting aan de buurvrouw, ze moesten naar de dierenarts. Sindsdien zijn ze beste maatjes als ze elkaar treffen in de tuin. Zoon, op z’n hoede geboren: dat dier is veel te lief en goedgelovig.
Vanmorgen ging de bel. Een vrouw, in paniek, toonde een foto van Kesha en vroeg of we haar niet gezien hadden.
Eva kon zeggen, ja, daarjuist in de tuin. Zoon kwam dan aanzetten met Kesha op zijn arm. Zelden zo’n opgeluchte blik gezien bij iemand.
Zo dus de kennismaking met de nieuwe buurvrouw. Ze had geen oog dichtgedaan omdat Kesha niet was thuisgekomen vannacht. Voor ze bij ons langskwam, had ze blijkbaar al in haar eigen straat geinformeerd, zelfs al naar het asiel gebeld. Enfin wat voor mensen 3 straten om is, is voor katten natuurlijk maar een schutting.
Nu Sus en ik, en -kan ik dat eigenlijk wel zeggen- de zoon nog het meest, kunnen haar paniek heel goed begrijpen. We zijn ook niet gerust als een van de onze laat binnenkomt.
We hebben nummers uitgewisseld voor geval dat.
Een hartverwarmend begin van de dag – zo mogen er meer zijn
Voor een keer, groetjes van Greet
Ik schrijf zoveel mogelijk herinneringen op van elke periode in mijn leven.
Gewoon omdat ik het graag doe.
Hier een stukje uit die herinneringen die ik probeer te vertellen vanuit het standpunt van de leeftijd die ik toen had. anders gezegd : alsof je in een dagboek leest.
Ik zit nu in het tweede leerjaar en van de meester moeten we nu elke zondag naar de mis omdat we vlak voor de grote vakantie onze eerste communie gedaan hebben. Maar ik mag niet meer van mijn mama daar ik de laatste keer dat we gingen bewusteloos gevallen ben. Al wat ik nog weet is dat ik wakker werd toen twee mannen me naar buiten droegen. Aan de ingang van de kerk had iemand een stoel geplaatst waar ik op kon zitten en werd mijn gezicht met eau de cologne ingewreven. Echt jammer dat ik niet meer naar de mis mag van mama vind ik het niet. De voorbije weekends ging ik soms met papa naar de paters, maar daar liet hij eens al mijn communieprenten op de grond vallen en plots zat hij op zijn knieën tussen de stoelen die prenten op te rapen. De mensen moesten daar raar van opkijken maar hij deed toch niets verkeerd ?
Jammer dat we geen televisie hebben. Heel de klas praat over Zorro en tijdens de speeltijd spelen we dan ook de avonturen van Zorro na op de speelplaats. Hij is een sterke gemaskerde man op een paard en pakt al de boeven. Deze namiddag was Jan Zoro en ik een boef die hij moest pakken. Doordat hij mijn arm wat te hard achter me tegen de rug duwde zit mijn elleboog nu aan de andere kant en beweegt mijn arm nogal raar. Toen de meester dat zag heeft hij onmiddellijk aan de vrouw van de directeur gevraagd een dokter te laten komen. De dokter heeft mijn arm in een soort plastiek zak gestopt, deze net als een ballon opgeblazen en zo voelde ik minder pijn. In het ziekenhuis leggen ze me op een bed met wieltjes en knippen mijn trui kapot. Ik krijg een spuit en dan weet ik niets meer. Ik word wakker in een vreemd bed. Mijn mama zit te huilen. Ik wil rechtop zitten maar dat kan niet. Mijn arm zit in een soort machine die boven het bed hangt. Ik lig hier dus met mijn arm omhoog. Uit mijn elleboog komt een buisje of zoiets. Ik ween nu ook en mijn mama nog veel meer. Dan val ik terug in slaap.
Groetjes !
🙂
Zo heb je van die dagen dat je de ene doodsmelding na de andere hoort.
Begin deze week belde mijn moeder mij om te zeggen dat de man van één van haar beste vriendinnen overleden is. De man is 85 jaar geworden en laat behalve zijn vrouw niemand na.
Deze morgen was de begrafenis in intieme kring en mijn moeder mocht ook aanwezig zijn.
Vanavond vertelde ze me via de telefoon dat het een vreemde begrafenis was.
Het was een burgerlijke begrafenis in het gebouw van de begrafenisondernemer.
Dit was niets voor haar.
Toen ik antwoordde dat ik dat wel zag zitten werd het een ogenblikje stil aan de andere kant.
Gisteren vond ik ook nog een doodsbrief in de bus.
Eerst dacht ik dat het van die oude man was, maar toen ik de enveloppe opende bleek het om een vroegere collega van me te gaan. Ik wist dat hij al enkele jaren ziek was, maar uiteindelijk heeft hij kort na zijn zestigste verjaardag de strijd verloren. Hij laat zijn vrouw en drie volwassen dochters achter.
Dit heeft stof tot nadenken en mijmeren over het leven.
Een mens moet genieten zolang hij of zij kan want voor je het weet is het allemaal voorbij.
Ashes to ashes
dust to dust.
Groetjes.