
Toen we in de namiddag door de gangen van het rusthuis stapten hoorde we een gehuil zoals van een wolf. Die stem kwam me bekend voor. De deur van haar kamer was dicht en het licht boven de deur was aan. Dit betekent dat de verpleegsters met haar bezig waren. Het gehuil kwam duidelijk van bij haar. Ik weet dat ze soms overstuur geraakt als men haar verzorgd maar nu ging ze als een furie tekeer.
Even later ging de deur open. Ik zag hoe ze probeerde een van de verpleegsters een mep te geven. Gelukkig zat ze vast in haar rolstoel. De verpleegsters waren blij ons te zien. Onze aanwezigheid zou haar vast en zeker kalm maken. Integendeel. Ze vloog tegen ons uit omdat we die vreemden in haar huis toe lieten. Ze raasde gelijk een bezetene. Eva ging in de gang met de verpleegsters praten. Blijkbaar kan ze het ene moment poeslief zijn en het andere moment enorm agressief. Zonder ons een blik te gunnen reed ze de gang in en reed ze een andere kamer binnen. We besloten te wachten tot ze terug kwam. Even later bracht een verpleegster haar terug naar haar kamer. Ze at haar taartje en dronk er koffie bij. Eens klaar verdween ze weer.
We besloten niet langer te blijven. Moeder was duidelijk in een slechte bui. Blijkbaar zijn de verpleegster dit van haar gewoon. Toch zullen we hoe dan ook nog eens terug op visite gaan hoe hard het ook moge zijn.
Fijne dinsdag en tot de volgende.
🙂




