(eerste deel van verhalen over en rond en op het “speelpleintje”)

Otto woont met zijn vrouw en dochter in een rijwoning gelegen in een grauwe arbeiderswijk.
Hij is een op vervroegd pensioen gestelde ambtenaar van een niet nader genoemd ministerie. Over het hoe en waarom hij vervroegd op pensioen moest is niet veel geweten, maar welingelichte huisvrouwen vertellen op een stilzwijgen dat hij mensen geld zou afgetroggeld hebben voor het leveren van diensten die niet tot zijn takenpakket behoorden.
Nu vult hij zijn dagen met kranten en tijdschriften lezen, dubieuze sites bezoeken op het internet en met thuis onderwijs geven aan zijn dochter die omwille van haar handicap in geen enkele school les kan volgen.
Regelmatig gaat hij met haar wandelen. Telkens komen ze dan voorbij het speelpleintje waar steeds hangjongeren van pakweg 7 tot 17 jaar rondzwerven.
Een wereld vol bengels, freaks, bitches en junks waar sex, geweld, goedkope drank en slechte drugs de enige “kicks”zijn voor deze verworpenen der maatschappij.
Door zijn dagelijkse wandeling met dochterlief komt hij beetje bij beetje in contact met de bewoners van het pleintje. In het begin houdt hij zich afzijdig terwijl zijn dochter met die kinderen speelt, maar weldra komt hij tegen wil en dank ook met hen aan de praat. Om de een of andere reden vinden ze hem een coole en daarom mag hij na verloop van tijd deel uitmaken van hun “gemeenschap”.
Zelf snapt hij ook niet waarom ze hem als een gelijke beschouwen, maar hij is het type niet om zich hierover vragen te blijven stellen.
Zijn grijze leventje gaat doelloos verder met de kids van het speelpleintje die nu en dan opduiken in zijn kleurloos bestaan.
Na een tijdje leert hij ook de ouders van sommige van die gasten kennen. Of hij nu blij of boos moet zijn met die nieuwe “vrienden” weet hij niet zo goed.
Hoe dan ook, de aanwezigheid van het volkje van het speelpleintje zal zijn tot dan sluimerend bestaan aardig door elkaar schudden.
50.933837
3.133573
Vind-ik-leuk Aan het laden...