woensdag 16 augustus 1944.
de dag na onze lieve vrouw ten hemelopneming.
Gisteren moest Bieke meelopen met de processie ter ere van Maria’s hemelopneming.
Ze was een van de vele engeltjes
wat niet te verwonderen is.
Meneer pastoor was in zijn nopjes met zo’n schitterend engeltje.
Nu is de pret over en moet er gewerkt worden,
Samen met nonkel Juul werkt ze op de akker.
Hij kapt de patatten en zij moet ze oprapen en in een rieten mand gooien.
Als de mand vol is roept Juul zijn wuuf die ze dan komt weghalen.
Een saai werk voor onze meid
Maar straks gaat ze verfrissen in de rivier
samen met de andere jongelui van het dorp.
Na zo’n hete dag vol labeur kan dat deugd doen.
Nu en dan flitsen er beelden door haar hoofd
van rare spinnen, een oude nonkel Juul en een gekke dokter.
Waarschijnlijk doet de hitte rare dingen met haar hersenen.
Vlug een doek ombinden zodat haar hoofd fris blijft !
Plots laat nonkel Juul zich op de grond vallen.
“Ben je ziek geworden ?” vraagt ze verschrikt.
“SSSSSSSSSSSSST” is zijn reactie.
“Onnozele pipo, ik peinsde dat ge een attakke gekregen had” gilt ze !
“Houdt je muule en zwygt !” snauwt hij bits.
“ik heb hier een oude portemonnee gevonden die ik vorig jaar verloren ben en al het geld zit er nog in.
Hier 20 frank en zwijgen tegen Martha he ?”
Als door een haas gepoept zet hij het op een lopen richting café Vlaanderen,
“Die zien we de eerstkomende dagen niet meer terug” gaat het door Bieke’s warme hoofd en terwijl ze hem nakijkt veegt ze haar vuile handen aan haar onderhemdje dat ooit nog wit geweest is.
Van op een afstand kijkt een vogelschrik nauwlettend toe.
Veel kan Tol niet doen behalve daar staan te staan om de vogels weg te jagen.
Een kraai schijt op zijn hoed.
Dat is balen !
Nu is nonkel Juul volledig uit het zicht verdwenen.
Dit wordt hoe dan ook vervolgd !











